De regels gaan over natuur, landschap, milieu, provinciale wegen, water (met name grond- en zwemwater), cultureel erfgoed, energietransitie, wonen en ruimte.

De regels gaan over natuur, landschap, milieu, provinciale wegen, water (met name grond- en zwemwater), cultureel erfgoed, energietransitie, wonen en ruimte.
Op dit moment loopt de wijzigingsronde 2025-2026. Hieronder leest u meer over hoe dit proces gaat en de voorgestelde wijzigingen. Ook vindt u hieronder de link naar de officiële documenten.
De wijzigingsronde 2025-2026 gaat als volgt:
In het Staten Informatiesysteem vindt u de reactienota en andere officiële documenten. Bekijk hier alle officiële documenten.
Hieronder een overzicht van de belangrijkste wijzigingen die zijn aangebracht in het ontwerp dat ter inzage heeft gelegen en nu ter besluitvorming voorligt bij Provinciale Staten. We hebben de juridische teksten van de voorgestelde wijzigingen omgezet in een eenvoudige uitleg hieronder. U kunt geen rechten ontlenen aan deze vereenvoudigde teksten.
De belangrijkste wijzigingen naar aanleiding van ingebrachte zienswijzen zijn:
De belangrijkste ambtshalve wijzigingen*/aanvullingen zijn:
*Een ambtshalve wijziging is een aanpassing die wij maken, zonder dat het door een zienswijze of een verzoek van iemand anders komt. Bijvoorbeeld om een vergissing te herstellen of omdat tijdens de inzageperiode nieuwe inzichten zijn ontstaan.
Ook wanneer u het niet eens bent met een ambtelijke wijziging, kunt u gebruik maken van uw spreekrecht bij Provinciale Staten. Zie voor meer informatie en aanmelden ‘Provinciale Staten organiseert een hoorzitting’.
Voordat Provinciale Staten besluiten, geven ze iedereen de kans om te zeggen wat u van het eindvoorstel vindt. Hiervoor organiseren zij een hoorzitting op woensdag 26 augustus 2026 om 18.30 uur. Tijdens de hoorzitting krijgt iedereen die dit wil, kort de tijd om Provinciale Staten toe te spreken. Hoeveel tijd een spreker krijgt, hangt af van het aantal aanmeldingen.
Wilt u tijdens de hoorzitting Provinciale Staten toespreken? Meld u dan aan bij de griffie en stuur een mail naar griffie@gelderland.nl. De deadline voor aanmelden ligt (strikt) op maandag 24 augustus 2026, 12.00 uur. Vermeld bij uw aanmelding alstublieft het reactienummer van uw zienswijze.
Hieronder ziet u een overzicht van de voorgestelde wijzigingen van de Omgevingsverordening Gelderland 2025-2026 zoals we die aan Provinciale Staten hebben voorgelegd. De voorgestelde wijzigingen zijn ingedeeld op thema. Door op het onderwerp te klikken, worden de wijzigingen zichtbaar.
We hebben de juridische teksten van de voorgestelde wijzigingen omgezet in een eenvoudige uitleg hieronder. Dit hebben we gedaan, zodat iedereen de voorgestelde wijzigingen goed kan begrijpen. U kunt geen rechten ontlenen aan deze vereenvoudigde teksten.
Soms is er een (of meer) artikel(en) toegevoegd, soms is alleen de tekst van een artikel gewijzigd. Door deze wijzigingen verandert soms ook het artikelnummer. Kijk voor de volledige regels met de bijbehorende artikelnummers in het officiële document.
Afstandsnormen windturbines
We stellen voor om een afstandsnorm van 2 keer de tiphoogte voor nieuwe windturbines op te nemen in de omgevingsverordening met een aantal uitzonderingen op deze norm. Provinciale Staten hebben hierom gevraagd (2 juli 2025). Voor deze afstandsnorm brengt de plan-MER notitie de milieugevolgen van een afstandsnorm in kaart.
Overgangsrecht
Deze afstandsnorm geldt niet voor windturbines waarvoor de besluitvorming al in voorbereiding is. Dit wordt geregeld in het overgangsrecht (zie bij artikel 9.8).
Energie opwekken voor eigen gebruik
We stellen voor regels op te nemen voor gemeenten die een erfmolen willen toestaan om energie op te wekken voor eigen gebruik. Een erfmolen wordt tot een maximale tiphoogte van 35 meter alleen toegelaten binnen een agrarisch bouwvlak of een bouwvlak van een ander type bedrijf. De erfmolen moet voorzien zijn van 3 wieken.
We stellen ook voor dat regels uit paragraaf 5.7.7 (Energietransitie) niet van toepassing zijn op kleine installaties voor de opwek van zonne- en windenergie.
Participatie bij aanleg wind- of zonnepark
We stellen voor om op te nemen dat initiatiefnemers van projecten voor de opwek van windenergie moeten uitleggen hoe ze hebben geprobeerd om inwoners en bedrijven uit de omgeving in het proces mee te nemen en 50% eigenaar te maken. Voor zonne-energie stond die verplichting al in de omgevingsverordening.
Daarnaast geldt voor alle duurzame opwekprojecten een beleidsregel voor lokaal eigendom en dat de omgeving kan meedenken (participatie). Deze beleidsregel stelden Provinciale Staten vast in 2025.
Regionaal programma 'Netbewust prioriteren'
We stellen voor om gemeenten binnen een gebied dat is aangesloten op hetzelfde elektriciteitsstation te verplichten om samen een regionaal programma 'Netbewust prioriteren' op te stellen. Hierin spreken ze af welke nieuwe ontwikkelingen voorrang krijgen als elektriciteit beperkt is. Bijvoorbeeld op welke locatie vanwege de netcongestie het eerst gebouwd kan worden. Als gemeenten er samen niet uitkomen, stelt de provincie dit programma vast.
Instructieregel netcongestie
We stellen voor om een instructieregel op te nemen vanwege de file op het stroomnet (netcongestie). Nieuwe woonwijken moeten netbewust worden ontworpen. Dat betekent dat ze tijdens de stroompiek op winteravonden minder elektriciteit nodig hebben dan niet-netbewuste woonwijken. Deze regel verplicht gemeenten in hun omgevingsplan op te nemen hoeveel stroom nieuwe woningbouwprojecten op een bepaald moment maximaal mogen verbruiken. Dat voorkomt piekbelasting op het elektriciteitsnet. De gemeente stelt netbewuste woningbouw als voorwaarde voor nieuwbouwprojecten.
Instructieregel verplichte risicoanalyse
We stellen voor om de instructieregel over klimaatverandering aan te scherpen met een verplichte risicoanalyse. Nu wordt voor een nieuwe activiteit of ontwikkeling in een omgevingsplan alleen gevraagd om een globale beschrijving van mogelijke risico’s door klimaatverandering en maatregelen om die te voorkomen. We stellen voor om niet te volstaan met zo'n beschrijving, maar de mogelijke risico's te analyseren voor de locatie, waar die ontwikkeling of activiteit is gepland. Er is daarbij ook aandacht voor de risico's op natuurbrand en bodemdaling. We bieden de handreiking toekomstbestendig bouwen als hulpmiddel om de analyse te maken en zo nodig maatregelen te nemen. Voor de risicoanalyse van natuurbranden zijn ook handreikingen beschikbaar.
Beschermingsregels oude bosgroeiplaatsen
We stellen voor om de beschermingsregels van oude bosgroeiplaatsen aan te passen. Onder voorwaarden kan op een oude bosgroeiplaats buiten Natura 2000-gebied en het Gelders natuurnetwerk een maatschappelijke ontwikkeling mogelijk worden gemaakt. Daarbij moeten de bomen die daarvoor worden gekapt altijd worden herplant, maar dat mag dus onder voorwaarden op een andere locatie.
Wijziging op de kaart 'Oude bosgroeiplaatsen'
We stellen ook voor om de kaart van oude bosgroeiplaatsen op enkele locaties te wijzigen. Dit doen we op basis van verzoeken om deze kaart aan te passen .
Ontgrondingsactiviteit
We stellen voor om de regels voor ontgrondingen te verduidelijken. Zo kunnen we voorgenomen ontgravingen in samenhang beoordelen (als 1 ontgrondingsactiviteit). De regels gelden niet voor tijdelijke ontgravingen bij militaire oefeningen op militaire terreinen.
Sanering
We stellen voor dat bij een bodemsanering geen aparte ontgrondingenvergunning meer nodig is.
Watergangen
We stellen voor dat een melding ook verplicht is als een waterbeheerder binnen bepaalde grenzen een watergang (bijvoorbeeld een sloot of beek) aanlegt of verandert.
Termijn melding ontgrondingsactiviteit
We stellen voor om duidelijk te bepalen dat een ontgronding op tijd wordt uitgevoerd na melding.
In en rondom Natura 2000-gebieden
We stellen voor om nieuwe regels en beperkingen in te voeren. Deze zijn nodig om de uitstoot van stikstof te verminderen in en rondom kwetsbare en overbelaste Natura 2000-gebieden. Daardoor kan de natuur herstellen en kunnen we sneller weer vergunningen verlenen. De regels gaan onder andere over stookinstallaties, minder gasverbruik bij bedrijven, het gebruik van kunstmest en het moderniseren van stallen.
Verbranden van brandstoffen in bedrijven
We stellen voor om de uitstoot van stikstof door het verbranden van gas en andere brandstoffen in bedrijven te verminderen. De verplichte vermindering van stikstofuitstoot hangt af van de leeftijd van de stookinstallatie. Niet alleen moet er minder brandstof verbruikt worden. Wat er uit de schoorsteen komt moet ook schoner worden. Deze regels gaan in per 1 januari 2035.
Daarnaast mogen er geen grote nieuwe stookinstallaties geplaatst worden van 400kW of meer, en geen kleine stookinstallaties die gezamenlijk opgeteld een vermogen hebben van 400kW of meer. Deze regel gaat in per 23 oktober 2026.
Nieuwe veehouderijen
Er komt een verbod op het vestigen van nieuwe veehouderijen en veehouderijtakken zoals varkens en pluimvee. Om extra uitstoot van stikstof te voorkomen doordat het aantal landbouwdieren binnen het stikstofreductiegebied toeneemt. Het is wel toegestaan dat een veehouderij of een gemengd bedrijf met een veehouderijtak zich opnieuw vestigt (naar een bestaande locatie na bijvoorbeeld verhuizen of stoppen) in het stikstofreductiegebied (hervestiging). Deze regel gaat in per 23 oktober 2026.
Niet-grondgebonden veehouderijen
Er komt een verbod op uitbreiding van niet-grondgebonden veehouderijen, zowel gemengd als ongemengd. Om te voorkomen dat het aantal landbouwdieren in het stikstofreductiegebied toeneemt. En we voorkomen hiermee extra uitstoot van stikstof. Deze regel gaat in per 23 oktober 2026.
Met uitbreiding bedoelen we het vergroten van de agrarische bebouwing zoals stallen.
Er geldt een uitzondering voor uitbreiding als de ondernemer hiermee voldoet aan de regels voor dierenwelzijn. Ook geldt er een uitzondering voor uitbreiding van dieraantallen als het bedrijf dierrechten koopt van dezelfde diersoort én hij die koopt van een ander bedrijf binnen het stikstofreductiegebied.
Tijdelijke regels
Het vestigings- en uitbreidingsverbod en de uitzonderingen daarop worden tijdelijk opgenomen in de omgevingsverordening. Het is de bedoeling dat deze regels overgenomen worden in het gemeentelijke omgevingsplan.
Stikstof uit stallen
We stellen voor om de uitstoot van stikstof uit stallen binnen het stikstofreductiegebied te verminderen.
Alle veehouderijbedrijven in dit gebied moeten hun uitstoot duidelijk verminderen ten opzichte van een ‘traditionele’ stal zonder luchtwassers. Dit kan op verschillende manieren:
Veehouders hebben tot 1 januari 2035 de tijd om aan deze regel te voldoen.
Uitzonderingen veehouders
We stellen voor dat veehouders binnen het stikstofreductiegebied zich niet aan de verplichting tot stalmodernisering hoeven te houden, wanneer zij hun bedrijfsvoering op een andere, betrouwbare manier richten op het verminderen van de stikstofuitstoot. Het gaat bijvoorbeeld om:
[GVE betekent Grootvee-eenheid. Dit is een rekenmaat die wordt gebruikt om verschillende diersoorten met elkaar te vergelijken op basis van hun gemiddelde gewicht en voerbehoefte.]
Deze uitzonderingen zijn van kracht vanaf 23 oktober 2026.
Verbod op stikstofhoudende kunstmest
We stellen voor om vanaf 1 januari 2030 een verbod in te voeren op het gebruik van stikstofhoudende kunstmest op of in de bodem binnen het stikstofreductiegebied. Renure valt onder het verbod.
Het verbod geldt niet voor particulier gebruik, zoals tuinen bij woningen.
Behoud van grasland
We stellen een scheurverbod voor grasland voor, zodat het bestaande grasland binnen het stikstofreductiegebied behouden blijft. Een scheurverbod is een verbod op het omploegen (scheuren) van grasland. Hiermee voorkomen we dat nitraat via regen in het grond- en oppervlaktewater terechtkomt (dat de uitstoot van ammoniak verandert in uitspoeling van nitraat).
Een uitzondering op dit verbod is het scheuren van grasland om daarna direct opnieuw gras in te zaaien. Ook geldt er een uitzondering als er minimaal 5 jaar gras is geteeld. Dan is wisselteelt een jaar toegestaan (het telen van een gewas anders dan gras). Na dat jaar moet opnieuw 5 jaar achtereen gras worden geteeld. Deze regel gaat in per 23 oktober 2026.
Uitstootvrije mobiele werktuigen
We stellen voor om bedrijven en overheden te verplichten om binnen het stikstofreductiegebied te werken met uitstootvrije mobiele werktuigen. Voor bedrijven geldt deze verplichting vanaf 1 januari 2035. Voor overheden geldt deze verplichting vanaf 1 januari 2028 voor lichte werktuigen en vanaf 1 januari 2030 voor zware werktuigen.
Bij mobiele werktuigen gaat het onder andere om bouwkranen, shovels, graafmachines, aggregaten, hoogwerkers, heftrucks en maaimachines. Het geldt ook voor kleiner materieel, zoals bladblazers. In de regels staat een tabel waarin staat vanaf welk jaar de mobiele werktuigen uitstootvrij moeten zijn.
De verplichting geldt ook voor incidenteel gebruik van mobiele werktuigen. En geldt niet voor particulieren en niet voor hobbymatig gebruik, bijvoorbeeld binnen een vereniging.
Plan-MER (milieueffectrapport) stikstofstroken
We hebben onderzoek gedaan naar de effecten van de stikstofregels op natuur en milieu. De resultaten staan in het milieueffectrapport. Naast de voorgestelde regels in de omgevingsverordening, hebben wij ook andere maatregelen overwogen om stikstof te verminderen. Het rapport bevat een overzicht van deze maatregelen, en een beschrijving om welke redenen wij alternatieve maatregelen niet hebben doorgevoerd.
Masterplan bodemenergiesysteem
We stellen voor om regels toe te voegen over het vaststellen van een masterplan bodemenergie door Gedeputeerde Staten. Dit masterplan is nodig als bodemenergiesystemen elkaar in de weg zitten. Dat heet interferentie. Energie kan namelijk in de bodem worden opgeslagen. Het is dan belangrijk om vraag en beschikbare ruimte goed op elkaar af te stemmen. Dat is het bevoegd gezag voor gesloten bodemenergiesystemen. Als dat plan ook moet gelden voor open bodemenergiesystemen, moet ook de provincie (Gedeputeerde Staten) dat plan vaststellen. De provincie is namelijk het bevoegd gezag voor open bodemenergiesystemen. In de regels staat dat de provincie bij de vergunningverlening voor een open bodemenergiesysteem rekening houdt met een door Gedeputeerde Staten vastgesteld masterplan bodemenergie.
Werelderfgoed
We stellen voor om in onze omgevingsverordening de regels voor het werelderfgoed Neder-Germaanse Limes en de Hollandse Waterlinies aan te passen. Dit doen we omdat het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) onlangs is gewijzigd. De wijziging maakt het mogelijk om in bijzondere gevallen een beperkte ontheffing te geven. Daarmee kunnen we bepaalde activiteiten toch toestaan, ook als deze een kernkwaliteit aantasten, maar alleen wanneer die activiteiten bijdragen aan het behoud of versterken van de uitzonderlijke universele waarde van het werelderfgoed.
Daarnaast stellen we voor om ook de aangepaste beschrijvingen van de kernkwaliteiten van beide werelderfgoederen over te nemen in de omgevingsverordening.
Wijziging in bijlagen
De tekst in de Bijlage kernkwaliteiten Hollandse waterlinies en Bijlage kernkwaliteiten Neder-Germaanse limes wordt aangevuld en/of verduidelijkt.
Regionaal programma werklocaties
We stellen voor om op te nemen dat het huidige regionaal programma werklocaties blijft gelden totdat er een nieuw programma is. Dit geeft duidelijkheid als de vaststelling van een nieuw, actueel programma niet op tijd klaar is.
Wijziging inhoud regionaal programma werklocaties
We stellen voor om de voorwaarden voor de inhoud van een regionaal programma werklocaties uit te breiden en aan te scherpen. We willen met gemeenten aanvullende afspraken maken over bestaande en nieuwe bedrijventerreinen (werklocaties). Dat is belangrijk, omdat we zuinig zijn met de beschikbare ruimte. Doel van de regels is ook dat het juiste bedrijf op de juiste plek komt.
Wijziging beschermen en compensatie capaciteit bedrijventerreinen
We stellen ook voor om regels op te nemen voor de bescherming en compensatie van de capaciteit van bedrijventerreinen. De fysieke ruimte en milieugebruiksruimte van bedrijven kunnen namelijk op verschillende manieren onder druk komen te staan. Bijvoorbeeld als een verouderd bedrijventerrein geheel of gedeeltelijk wordt ingericht als woonwijk, of als er plannen zijn om woningen dicht bij een bedrijventerrein te bouwen.
Indeling in woningbouwregio's
We stellen voor om duidelijk te maken dat we de regionale afspraken over wonen (woondeals) maken per woningbouwregio. Deze woningbouwregio’s geven we nu ook aan op een kaart. Alle gemeenten in Gelderland worden ingedeeld in een woningbouwregio. Hiermee sluiten we aan bij het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting. De huidige regio-indeling blijft hetzelfde.
Het is een document volgens de wet (een juridisch document) met provinciale regels. De omgevingsverordening bestaat uit kaarten en regels. We hebben deze regels nodig voor een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Ook bewaken deze regels de kwaliteit van de Gelderse leefomgeving. We maken alleen regels als dat echt nodig is om de provinciale ambities waar te maken of wettelijke plichten na te komen. Deze regels zijn bedoeld om onze plannen uit de omgevingsvisie waar te maken. De regels zijn onderdeel van de uitvoering van ons beleid en provinciale programma’s. Provinciale Staten besluiten uiteindelijk over wat er in de omgevingsverordening komt te staan.
In de omgevingsverordening staan regels die gelden voor alle inwoners, bedrijven of medeoverheden.
Zo staat er in de omgevingsverordening wat de voorwaarden zijn om bepaalde activiteiten uit te voeren. Zoals buiten iets bouwen, aanleggen of organiseren. Ook staat er in de omgevingsverordening of er een vergunning of melding nodig is.
Daarnaast zijn er regels speciaal voor gemeenten of waterschappen. Die regels gaan vooral over ruimtelijke plannen, water, bodem en verkeer. Gemeenten moeten deze regels overnemen in hun gemeentelijke omgevingsplannen en waterschappen in hun waterschapsverordening.
Wilt u weten waarmee u rekening mee moet houden als u buiten iets bouwt, aanlegt of organiseert? Als inwoner en bedrijf kunt u daarvoor terecht bij het landelijke omgevingsloket. De regels van alle overheden, ook van ons als provincie, zijn in dit loket verwerkt. Via vragenlijsten krijgt u automatisch te zien of u een vergunning moet aanvragen of een melding moet doen en bij wie u die moet aanvragen.
Wilt u meer informatie over de fysieke leefomgeving van gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk? Dus bijvoorbeeld welke regels er gelden op bepaalde locaties. Denk aan uw huis of bedrijf? Dan kunt u via het tabblad 'Regels op de kaart' in het Omgevingsloket locaties of documenten zoeken. Zo ook de omgevingsverordening Gelderland.
De omgevingsverordening is een juridisch document onder de Omgevingswet. De wettelijke tekst van de omgevingsverordening is te lezen op de website van de overheid over lokale wet- en regelgeving. Let op, in deze tekst staan juridische termen. Dit is nodig voor de rechtsgeldigheid van het document en de regels.
